Op Campus Almkerk is het broodproject opgezet vanuit de wens om voedselproductie zo lokaal en schoon mogelijk te organiseren. De centrale vraag was of het mogelijk is om brood volledig lokaal én zonder gebruik van chemische middelen te produceren. Daarbij ging het niet alleen om de technische haalbaarheid, maar juist om inzicht te krijgen in waarom zulke ketens in de praktijk nauwelijks voorkomen.
Het project werd ingericht als een ketenexperiment, waarbij alle stappen bewust onderdeel waren van het onderzoek. De teelt van graan vond plaats op de campus, op een bodem die bestaat uit klei en veen. Deze grondsoort is niet ideaal voor graan- en tarweteelt, maar bood juist een realistische testomgeving. Het graan werd volledig chemievrij geteeld, wat betekende dat er ook onkruid tussen de tarwe groeide. Ondanks deze omstandigheden is een opbrengst gerealiseerd die voldoende was om meel van te maken en uiteindelijk brood te bakken.
Na de oogst volgde een extra stap in het scheidingsproces om graan en onkruid van elkaar te scheiden. Deze stap vergde meer arbeid en maakte duidelijk wat chemievrije teelt betekent voor efficiëntie en kosten. Vervolgens werd het graan lokaal gemalen, zodat ook de verwerkingsstap onderdeel bleef van de keten en de herkomst van het product volledig transparant was. In de laatste fase werd het brood gebruikt en gedeeld binnen de campus en met de omgeving.
In de evaluatie bleek het project inhoudelijk succesvol. Het is gelukt om brood te maken van volledig lokaal en chemievrij geteeld graan. Tegelijkertijd maakte het project zichtbaar waar de belangrijkste uitdagingen liggen. De combinatie van bodemtype, chemievrije teelt en extra verwerkingsstappen zorgt voor hogere arbeidslast en kosten. Dit verklaart waarom dergelijke lokale broodketens op dit moment nauwelijks voorkomen binnen het gangbare voedselsysteem.
De toegevoegde waarde van het project ligt in het zichtbaar maken van deze spanningen. Het broodproject laat zien dat een lokale en chemievrije broodketen mogelijk is, maar alleen kansrijk wordt wanneer samenwerking, schaal en ondersteuning goed worden georganiseerd. Door producenten, verwerkers en gebruikers met elkaar te verbinden, ontstond een eerste netwerk en een gedeeld begrip van elkaars rol in de keten. De opgedane inzichten vormen een waardevolle basis voor een eventuele herhaling, waarin ook technologie kan bijdragen aan efficiëntie en verdere ontwikkeling.